Services Over ons Referenties Blog Contact

Kansen in de Duitse maakindustrie 4.0

17 mei 2016 Peter van der Meulen

Na de stoommachine (18e eeuw), elektriciteit en de lopende band (19e eeuw) en automatisiering (vanaf 1970) gaan nu cyberfysieke systemen voor een kwantumsprong in productiviteit zorgen en onze manier van werken en leven ingrijpend veranderen. De vierde industriële revolutie is wereldwijd uitgebroken en kreeg van Duitsland in 2011 als eerste een naam: Industrie 4.0. Wat betekent Industrie 4.0 voor de kansen voor Nederlandse bedrijven in de Duitse maakindustrie?

Het belang van de industrie in Duitsland

Er wordt regelmatig gewezen op kansen voor Nederlandse bedrijven in de Duitse maakindustrie. Om goede redenen. Ten eerste is de bijdrage van de industrie aan het BBP in Duitsland hoger dan in andere Europese landen (World Bank):

Ten tweede is het aandeel van de industrie aan het BBP in Duitsland in de laatste 15 jaar gegroeid, terwijl het in de meeste Europese landen juist afnam (Fraunhofer-Gesellschaft):

Ten derde is het zo, dat de Duitse industrie steeds meer toegevoegde waarde inkoopt, in plaats van zelf produceert. Kijk je bijvoorbeeld naar het aandeel "foreign value added content of gross exports" in Duitsland, dan zie je dat dit voor alle sectoren, inclusief de maakindustrie, tussen 1995 en 2011 is toegenomen (OECD):

Ten vierde is Duitsland de derde grootste exporteur ter wereld (Statista). Leveren aan de Duitse industrie betekent indirect leveren aan andere markten wereldwijd:

En ten vijfde spendeert Duitsland in verhouding tot het BBP meer aan R&D dan Nederland (World Bank), waardoor samenwerken met Duitse bedrijven bijdraagt aan het op peil houden van kennis over processen en technologie:

Industrie 4.0

Kansen in de Duitse maakindustrie kunnen niet los gezien worden van de vierde industriële revolutie die inmiddels wereldwijd is uitgebroken: de steeds verder gaande integratie van informatietechnologie en productietechnologie. De revolutie belooft (onder andere) een kwantumsprong in productiviteit en flexibiliteit, efficiëntere processen die minder energie en grondstoffen gebruiken, kostenreducties door "predictive maintenance", verbeterde mens-machine-interactie en nieuwe service- en businessmodellen op basis van de vele data die door geïntegreerde systemen worden geaggregeerd.

Duitsland heeft de vierde industriële revolutie in 2011 "Industrie 4.0" gedoopt en van de concrete omzetting een nationaal strategisch project gemaakt. Germany Trade & Invest (GTAI), het agentschap voor buitenlandse handel en investeringen in Duitsland, definieert Industrie 4.0 als: ""Industrie 4.0 is the name given to the German strategic initiative to establish Germany as a lead market and provider of advanced manufacturing solutions.""

Verantwoordelijk voor het omzetten van het project Industrie 4.0 - o.a. voor het definiëren van concrete maatregelen, het in gang zetten van standaardiseringsprocessen en het opstellen van een adequate  onderzoeksagenda - is de stuurgroep Plattform Industrie 4.0. Er maken meer dan 100 bedrijven, branche-verenigingen, vakbonden en kennisinstellingen deel van uit. Plattform Industrie 4.0 staat onder leiding van de bondsministers Gabriel (economie) en Wanka (onderwijs).

Door zijn pro-actieve houding inzake Industrie 4.0 en sowieso al sterke reputatie als "industrial power house" vervult Duitsland in de internationale beeldvorming een voortrekkersrol.

Pragmatische omgang

Vooralsnog gaan Duitse bedrijven pragmatisch met de ontwikkelingen om. Want, zeggen veel bedrijven, een aantal "enabling technologies", zoals "smart robots", het "Internet of Things (IoT)", "machine learning" en "digital security" bevindt zich (nog) vóór of ín de hype-fase van Gartner's "emerging technology hype cycle". Het valt te bezien hoe diep de "trough of disillusionment" en hoe substantieel het "plateau of productivity" gaan uitpakken.

Ook blijkt uit onderzoek van bijvoorbeeld PwC dat voor veel bedrijven (nog) niet duidelijk is of de investeringen die voor het upgraden naar Industrie 4.0 nodig zijn de beloofde economische voordelen gaan opleveren:

In 2014 had 45% van alle Duitse KMU (mkb-bedrijven) nog nooit van Industrie 4.0 gehoord. In 2015 hadden alle ondervraagde bedrijven er wel van gehoord (Bundesministerium für Wirtschaft und Energie, BMWi). Het bewustzijn en de bereidheid om het concept Industrie 4.0 in één of andere vorm op te pakken lijken te groeien:

Overigens had in 2014 ook 45% van alle Nederlandse mkb-ondernemers in de top-sectoren nog nooit van Smart Industry gehoord en 40% "misschien" (Kamer van Koophandel):

Het mes snijdt aan twee kanten

Voor Duitsland snijdt het Industrie-4.0-mes aan twee kanten. Immers, in lijn met de definitie van GTAI, Industrie 4.0 moet van Duitsland zowel een "lead market" als een "lead provider" van "advanced manufacturing solutions" maken.

Industrie 4.0 biedt de mogelijkheid de concurrentiekracht van Duitsland als productieland te versterken en industriële werkgelegenheid (terug) naar Duitsland te halen.

Maar vooral ook is Industrie 4.0, met de pay-off ""Digital Transformation Made in Germany"", voor Duitse technologiebedrijven als Bosch, Siemens, Kuka, Trumpf, SAP, enz. een prachtige "umbrella brand". Een collectieve voortrekkersrol gepaard met de toch al sterke reputatie van de Duitse machinebouw; de perfecte uitgangspositie bij het verkopen van upgrade-projecten wereldwijd.

Dat kan nog wel eens ingewikkeld worden: als de hele wereld met Duitse technologie zijn industrie naar versie 4.0 upgradet, houdt de (herwonnen) concurrentiepositie dan nog stand?

Dat Duitsland zich in een lastige spagaat bevindt blijkt uit de situatie rond de robotbouwer Kuka. Het Chinese bedrijf Midea deed vorige maand een bod op Kuka. Kuka ziet daarin een mogelijkheid zijn groeiplannen te financieren. De Duitse regering wil Kuka, een sleutelbedrijf voor het omzetten van haar industriebeleid, niet in Chinese handen laten vallen.

Het ijzersterke voordeel dat veel Duitse bedrijven hebben, is dat ze hun technologie zowél voor hun eigen processen kunnen inzetten, en dus grootschalig kunnen "uitproberen" en doorontwikkelen, áls aan anderen kunnen verkopen. Wie wil er geen productietechnologie 4.0 van Bosch kopen, als Bosch die zelf ook gebruikt?

Bosch lijkt de toekomst dan ook rooskleurig te zien. Het zoekt wereldwijd 14.000 academici met "skills" voor Industrie 4.0 en lanceerde onlangs een eigen cloud voor IoT-services.

Samenwerkingsverbanden

Om de positie van Duitsland internationaal te consolideren en invoed op de ontwikkeling van globale standaards uit te kunnen oefenen is Plattform Industrie 4.0 samenwerkingsverbanden gestart met het Amerikaanse Industrial Internet Consortium (IIC), het Chinese Made in China 2025, de Franse Alliance Industrie du Futur en het Japanse Robot Revolution Initiative.

Duitsland's kleinere buurlanden zijn eigen initiatieven gestart en zoeken  toenadering tot Duitsland om samen te werken. In Nederland is dat bijvoorbeeld Smart Industry, in Zwitserland Industrie 2025 en in Denemarken MADE.

Er is geen samenwerking tussen het Nederlandse Smart Industry en Plattform Industrie 4.0 op "platform-niveau". Maar TNO ondertekende wel een MoU met de Fraunhofer Gesellschaft, de belangrijkste kennispartner in Plattform Industrie 4.0, met als doel intensiever samen te werken op het gebied van veilige standaards voor processen, architecturen en interfaces.

Ook Tsjechië en Polen - landen die hun export naar Duitsland vorig jaar harder zagen groeien dan Nederland - zijn actief op het gebied van Industrie 4.0 en willen intensiever met Duitsland samenwerken. Niet voor niets is Polen volgend jaar partnerland op de Hannover Messe.

Nederland

De samenwerking tussen 's werelds industriële grootmachten en de ambities van Duitsland's andere buurlanden hebben consequenties voor de manier waarop Nederland zich met Smart Industry ten opzichte van Duitsland moet positioneren.

Grof gezegd biedt Industrie 4.0 twee positioneringsmogelijkheden. Voor "producerende bedrijven/landen": hogere efficiëntie, kwaliteit en flexibiliteit ("Steigerung der Produktionsexzellenz"). Voor "machinebouwers": de mogelijkheid om producten met behulp van sensoren, netwerktechnologie en data-analyse van nieuwe, innovatieve serviceproposities te voorzien ("datengetriebene Dienstleistungen").

Voor Nederlandse bedrijven ligt het meeste potentieel in de tweede categorie. Volgens een studie van adviesbureau Roland Berger is Nederland wat betreft Industrie 4.0 een ""potentialist"". De studie zegt over "potentialists": "Their industrial base has been weakening over the past few years. (...) But in the corporate sector, we find indications of a modern and innovative mindset. They just have to find the right way to tap their potential.""

Nederland scoort hoog op de "randvoorwaarden" voor Industrie 4.0, zoals kennis van productieprocessen, automatiseringsgraad, internetpenetratie, innovatie, opleidingsniveau, openheid, netwerken, enz.. Alleen is de bijdrage van de industrie aan het BBP in verhouding laag en zijn de meeste producerende bedrijven in Nederland klein of middelgroot. In Nederland is de robotdichtheid lager dan in de industriële grootmachten en de scandinavische landen:

Het is onwaarschijnlijk dat Nederland "als producerende natie" dankzij Smart Industry efficiëntieverbeteringen op dezelfde schaal als Duitsland of andere  (meer) geïndustrialiseerde landen gaat realiseren.

In een analyse schrijft ABN AMRO: "Nederlandse ondernemers in de industrie concentreren zich vooral op het efficiency-aspect van IIoT (het "Industrial Internet of Things", de angelsaksische naam voor Industrie 4.0). Maar in tegenstelling tot Duitsland (...) kent ons land maar een handvol grote industriële toeleveranciers (...). De Nederlandse industrie bestaat overwegend uit mkb-bedrijven. En dat levert slechts beperkte schaalvoordelen op; (...). Gezien de goede positie van Nederlandse machinebouwers, zou juist de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen voorrang moeten krijgen. Nieuwe diensten als onderhoud-op-afstand, "predictive maintenance" en slimme datamodellen bieden machinebouwers een uitgelezen kans om hun wereldwijde klandizie verder te ontzorgen en hun toegevoegde waarde te vergroten."

Ook in de waarneming van Duitsers zijn het de andere industriële grootmachten die wat betreft Industrie 4.0 voorop lopen. Nederland wordt wél als meest vooruitstrevende "kleinmacht" genoemd:

Kortom: Nederland moet zich met Smart Industry niet zo zeer als producerende partner positioneren, maar meer als leverancier van innovatieve, specialistische producten en oplossingen voor het omzetten van Industrie-4.0-concepten.

Concrete kansen

Waar liggen kansen? Een indicatie daarvoor is wellicht de verandering in de aard van de werkgelegenheid - en dus van de behoefte aan expertise en competenties - die Duitsland in de komende jaren verwacht.

Het adviesbureau Boston Consulting Group (BCG) waagde zich aan een inschatting van de netto-gevolgen van Industrie 4.0 voor de werkgelegenheid in de Duitse industie:

Volgens BCG gaat in de traditionele productie veel werkgelegenheid verdwijnen. Behoefte is er aan kennis en competenties op het gebied van "R&D" en "human interface design", "IT and data integration", "robotics and automation" en "sales & service" - met name in de medische en de auto-industrie en in de machinebouw.

Op de website van Plattform Industrie 4.0 vind je een landkaart met projecten, die "in de geest van Industrie 4.0" uitgevoerd worden of werden. De meeste activiteit vindt plaats in de deelstaat Baden-Württemberg:

Zo gezien richt bijvoorbeeld het Nederlandse samenwerkingsverband MedizinTechnik Holland zich dus terecht op de medische industrie en op Baden-Württemberg.

Wij kunnen ook ondersteunen bij het zoeken naar mogelijkheden en het benaderen van Duitse prospects of partners. Goed om te weten: ons kantoor bevindt zich tussen de twee grootste cirkels (de regio's Mannheim en Stuttgart)!

***

Zoeken

Onderwerpen

Onze services voor business development in Duitsland

Meer weten over business development in Duitsland?
+49 (0)6321 996 45 98
E-Mail